Richtlijnen voor oogheelkundig onderzoek

Ongeveer 2% van patienten bij de huisarts hebben oogklachten.
Met anamnese en zorgvuldig oogheelkundig onderzoek kan men meestal de onderliggende problemen achterhalen en bepalen of en hoe dringend een verwijzing naar de oogarts nodig is.

Anamnese is een belangrijk deel van het onderzoek. Patienten met plots visusverlies of een pijnlijk rood oog vereisen meestal een verwijzing naar de oogarts. Voorafgaande gelijkaardige episodes moeten nagevraagd worden aangezien ziektebeelden als een herpes simplex keratitis en iritis kunnen recidiveren. Een anamnese van een industriele verwonding moet genoteerd worden aangezien het medicolegale gevolgen kan hebben.

Volgende instrumenten voor een oogonderzoek in de huisartspraktijk moeten aanwezig zijn:

  • Snellen kaart
  • Vergrootglas, liefst X8
  • Licht met blauwe filter
  • Fluoresceine druppel of fluoresceine papier
  • Druppel anaestheticum
  • Druppel kortwerkend mydriaticum, liefst tropicamide
  • (Directe) oogspiegel

Bij alle patienten met oogklachten moet een visus op afstand gemeten worden met een Snellen kaart. Indien de patient een bril heeft, moet deze gedragen worden. Bij patienten met ernstig blepharospasme door pijn, moet lokaal anaestheticum gedruppeld worden en de gezichtsscherpte moet opnieuw gemeten worden.

De onderzoekstechnieken moeten aangepast worden aan de klachten van de patienten.

Bij de patiënt met een rood oog:

  1. Oogleden en voorste oogsegment onderzocht met vergrootglas in patienten met rode ogen, lettend op:
    • een mogelijke ooglidzwelling
    • conjunctivitis
    • ciliaire injectie (injectie rond de cornea zoals in iritis en cornea problemen)
    • cornea ulcus of vreemd voorwerp
    • wazige cornea met moeilijk zicht op de iris (zoals in acuut glaucoom)
  2. Controleer de integriteit van het cornea epitheel door druppelen van fluoresceine. Elk cornea defect zal groen worden wanneer onderzocht met een blauw licht.
  3. Omklappen van het bovenste ooglid moet gebeuren bij patienten met cornea aankleuring verdacht op een erosie aangezien er een subtarsaal vreemd voorwerp kan zijn. Dit wordt uitgevoerd door de patient naar beneden te laten kijken en het ooglid tegen een wattenstaafje om te klappen.

Bij patiënten met klachten van wazig zien:

  1. Gezichtsveldonderzoek door confrontatie om te controleren dat patiënt in elke kwadrant kan zien.
  2. Pupilreacties op licht. Test direkte en indirekte pupilreacties op licht, en doe dan de swinging flashlight test. Deze wordt uitgevoerd door een licht eerst in het ene, dan in het andere oog te schijnen. In een normale reactie wordt de pupil nauwer elke keer als licht geschenen wordt. Als de pupil wijd wordt, is er sprake van een relatief afferent pupil defect en dit is een aanwijzing voor een significant netvliesprobleem of een oogzenuwaandoening.
  3. Verwijd de pupil met tropicamide en onderzoek de fundus beginnend met de papil, de bloedvaten, de macula en de periferie.

Klik hier voor de handleiding "Hoe een directe oogspiegel te gebruiken"

Andere aanwezige problemen en hun onderzoek worden gedetailleerd besproken in de afzonderlijke hoofdstukken.